“St.Willibrordusschool”

Hoe werkt de zorg op de Willibrordusschool?

Wij werken volgens de 1-zorgroute, wat inhoudt dat we twee keer per jaar een groepsplan maken (voor rekenen en een ander vak; spelling / lezen ). Het eerste plan wordt gemaakt n.a.v. het groepsoverzicht die de vorige leerkracht al gemaakt heeft. Na de Cito toetsen in januari wordt het eerste plan geanalyseerd (* zie ook punt trendanalyses) en geëvalueerd. Vervolgens wordt het groepsoverzicht bijgesteld en het tweede groepsplan geschreven. Dit plan duurt tot eind van het schooljaar en wordt na de Cito van juni geëvalueerd en afgesloten. Twee k
eer per jaar nemen wij de Cito toetsen af. Hiervoor hanteren we de toetskalender. De Cito toetsen voeren wij in in Esis.
Na elke Cito toets wordt er een trendanalyse gemaakt. Twee keer. Eén voor de groep en één op schoolniveau. De trendanalyse op groepsniveau bespreken we in een groepsbespreking (* zie ook punt groepsbesprekingen) en die op schoolniveau in een teamvergadering. M.b.v. deze analyses stellen we actie- en verbeterpunten op, om het onderwijs nóg effectiever te maken en er alles uit te halen wat er in zit.

Eén keer in de 6-8 weken vinden er groeps- en leerlingbesprekingen plaats. De IB-er en de leerkracht nemen dan ruim de tijd om dingen te bespreken.

N.a.v. de besprekingen kunnen er observaties en interventies gepland worden.
Wat te doen bij zorg om een leerling? De leerkracht constateert dit en gaat hiermee naar de intern begeleider. Samen wordt er gekeken naar verschillende factoren rondom het kind en wat er al gedaan is. Naar aanleiding hiervan kan er besloten worden om de orthopedagoog (Sanne Roerink) in te schakelen. Voor een observatie, een consultatie of een onderzoek. Voor een onderzoek hebben we standaard papieren. De leerkracht en de ouders vullen deze in en vervolgens komen ze weer terug bij de intern begeleider. Zij zorgt dat de rest van het dossier van het kind erbij in komt en geeft ze dan aan de orthopedagoog. Er kan ook besloten worden om Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in te schakelen.

Als een leerling écht niet meer meekomt met de stof, onderzocht is en doorgesproken met de orthopedagoog, kan er besloten worden het kind op een individuele leerlijn te zetten. Dit houdt in dat het kind een geheel eigen handelingsplan krijgt, maar dat houdt ook in dat er een ontwikkelingsperspectief voor het kind geschreven moet worden. Het kind mag dan wel op een iets lager niveau gaan werken, maar er moeten wel ambitieuze (uitdagende) doelen aan gekoppeld worden.
Dit doen we m.b.v. het ontwikkelingsperspectief, waarbij we jaarlijks een aantal keer evalueren, doelen bijstellen en zo proberen het kind nog zo veel mogelijk stof mee te geven. Alles gebeurt in overleg met ouders.

In de klas werken wij volgens het Willibrordusmodel, wat inhoudt dat we steeds rondes lopen. Tijdens deze rondes kunnen kinderen vragen stellen aan de leerkracht. Ze moeten hierbij wel hun blokje gebruiken. Vraagteken betekent hulpvraag. Loopt de leerkracht even geen ronde, dan kan die aan de instructietafel groepjes kinderen / individuele kinderen extra instructie geven. Kinderen weten a.d.h.v. het rode kaartje op je bord dat ze je niet kunnen storen. Ze zullen zichzelf dan even moeten redden, of ze moeten hulp vragen binnen hun groepje.