Dyslexie- en dyscalculieverklaringen

Regelmatig merken we in het basisonderwijs dat wanneer kinderen een basisschool hebben verlaten, ze in het voortgezet onderwijs ‘plotseling’ dyslexie of dyscalculie hebben. Ouders denken dan vaak ‘hebben ze dat dan in het basisonderwijs niet opgemerkt?’ Graag wil onze orthopedagoog hieronder uitleg over geven:

Bij het vaststellen van dyslexie en dyscalculie hebben we te maken met duidelijke (je zou kunnen zeggen: strenge) criteria wat betreft achterstand. Men gaat er b.v. bij dyslexie vanuit dat kinderen met dyslexie tot de 10 % zwakst scorende leerlingen behoren op toetsen die het lezen en spellen op woordniveau meten (de E- of V scores dus, en ook nog minimaal 3 keer achter elkaar). Het kan zijn dat een kind dit op de basisschool nog niet behaald heeft (b.v. omdat het nog kan compenseren met zijn/haar intelligentie en de manier waarop in het basisonderwijs gedifferentieerde instructie wordt gegeven) en dat het pas op het voortgezet onderwijs (waar ook vreemde talen aangeboden worden) naar voren komt. Mocht nog niet helemaal voldaan worden aan bovengenoemde criteria en de school ziet wel kenmerken van dyslexie of dyscalculie dan zal dit altijd worden doorgegeven aan de school voor Voortgezet Onderwijs zodat ze daar vanaf het begin af aan rekening mee kunnen houden.

Sanne Roerink, orthopedagoog.